Onderhoudsplicht werkt in twee richtingen. Ouders zijn verplicht om hun kinderen te voorzien in hun levensonderhoud tot deze 18 jaar oud zijn of tot ze gedaan hebben met studeren (binnen een redelijke termijn). Later, is dit een verplichting van de kinderen tegenover hun zorgbehoevende ouders. Rond dit laatste is er een tijd geleden een discussie ontstaan: wat te doen met onderhoudsplicht? Behouden of afschaffen?

Mijns inziens moet de onderhoudsplicht behouden blijven en dit omwille van verschillende redenen. Ten eerste is het een waarde binnen een familie om zo goed en zo kwaad mogelijk voor elkaar te zorgen, of dit zou het toch moeten zijn, vanuit een conservatief standpunt bekeken. Waarden horen intrinsiek te worden doorgegeven van generatie op generatie. In die zin zou het zelfs niet nodig moeten zijn om dit als een wet neer te schrijven. Ze afschaffen, zou in dit geval echter een verwerping van de waarde zijn die eraan vast hangt. Dat deze waarde in onze cultuur geworteld zit, getuigt uit vroegere tijden waarin de kinderen zorgbehoevende ouders in huis namen om voor hen te zorgen. Dit was dezelfde tijd dat vrouwen nog thuisbleven om zich voltijds bezig te houden met het huishouden en de kinderen. Met de evolutie naar een gezin met tweeverdieners, is dit echter niet meer de gewoonte. De zorg die huisvrouwen vroeger op zich namen, dienden te worden overgedragen aan nieuwe diensten zoals kinderopvang, verzorgingstehuizen etc. Door de stijging van de levensverwachting en de vooruitgang op medisch vlak, zijn ouderen nu doorgaans ook minder snel hulpbehoevend dan vroeger. Deze evoluties maken dat ouders veel minder dan vroeger in huis worden genomen om voor hen te zorgen. Dit betekent echter niet dat ook de waarde die erachter schuil ging, overboord moet worden gegooid of dat de zorg volledig op de gemeenschap dient afgewenteld te worden, wat een afschaffing van de onderhoudsplicht wel met zich mee zou brengen.
Ten tweede is de onderhoudsplicht, in beide richtingen, een vorm van intergenerationele solidariteit, een beginsel waar een groot deel van onze sociale zekerheid op steunt. Huidige werknemers dragen af voor het pensioen voor mensen die vandaag de dag gepensioneerd zijn. Net zoals zij, toen zij werkten, afdroegen voor het kindergeld en ziekteverzekering voor zij die nu voor hen betalen en toen vaak nog niet actief waren. Op dezelfde manier zorgen ouders voor hun kinderen en later zorgen die kinderen voor hen. Nogmaals, het draait dus om een tweerichtingsverkeer, het is een wisselwerking. Deze werkt dus, zoals net aangehaald, op grootschalig niveau via de sociale zekerheid, maar ook op microniveau binnen families. Het lijkt me dat deze basis op grote schaal niet kan blijven bestaan als ze nog eens niet op individueel niveau kan worden toegepast, waar mensen emotioneel betrokken zijn op elkaar, in tegenstelling tot bij de sociale zekerheid die onpersoonlijk is. Bovendien zou het afschaffen van de onderhoudsplicht ook betekenen dat ‘de last’ op het hogere niveau terecht komt. Dit niveau dient oorspronkelijk echter voor mensen die het moeilijk hebben en om hier en daar een tegemoetkoming te voorzien. Er alles op afwentelen, zou daar echter een volledige uitholling van zijn. Mensen mogen, moeten en kunnen tot op zekere hoogte nog steeds aangesproken worden over hun individuele verantwoordelijkheid tegenover hun naasten. De verzorging van de naasten, begint bij de eigen naasten, en niet via de sociale zekerheid. Uiteraard zijn er nog steeds de gevallen waarbij de kinderen de kost werkelijk niet kunnen betalen of waarbij de emotionele band met de ouders door omstandigheden verbroken of onherstelbaar beschadigd is. Voor hen, kan er ook een vorm van bijstand worden voorzien. Spijtig genoeg worden er van zulke systemen altijd misbruik gemaakt door mensen die het wel kunnen betalen maar graag profiteren waar mogelijk, wat ook weer een uitholling van de bijstand veroorzaakt en blijk geeft van gebrek aan besef van de achterliggende waarden.

Laten we er even bij stilstaan dat deze mensen gezorgd hebben voor onze toekomst en opvoeding, vaak hun leven lang gewerkt hebben. Het minste waar zij op kunnen rekenen, is de nodige zorg en steun voor hun oude dag, bij voorkeur van hun eigen kinderen of andere familie. Deze verantwoordelijkheid zou een evidentie moeten zijn voor elke familie indien deze conservatieve waarden worden meegegeven. Dat er echter een debat ontstaat over het al dan niet afschaffen van de onderhoudsplicht en het feit dat het een neergeschreven plicht is, wijst er echter op dat deze waarden dringend nieuw leven moeten worden ingeblazen.

Vzr. stud. rer. soc. Nastassia Van Hove v. Naske

Advertenties