Samenvallende verkiezingen, alle mogelijke verkiezingen op één dag, het is zoiets als het monster van Loch Ness. Van tijd tot tijd steekt dit voorstel de kop op in woelige troebele wateren om daarna weer voor een geruime tijd onder het oppervlak te verdwijnen. Maar wat als het voorstel uiteindelijk toch waarheid wordt, gaat het dan om een tamme dinosaurus of een gevaarlijke draak?

Wat?
De laatste keer dat dit voorstel naar voor werd gebracht op het grote politieke forum was in de nota Vande Lanotte. Hoewel deze nota tot op heden nog steeds niet openbaar is, is het mogelijk dankzij verschillende commentaren die erop geleverd werden door mensen die wel inzage gekregen hebben, te achterhalen wat dit voorstel van samenvallende verkiezingen deze laatste keer inhield. Het gaat over het samenvallen van de federale met de regionale en Europese verkiezingen, de lokale verkiezingen horen hier niet bij, zo leert Bart Maddens ons (DeMorgen 06/01). De verkiezingen zouden vervolgens iedere vijf jaar één keer plaats vinden.

Waarom?
De zoektocht naar het waarom van dit voorstel is minder eenvoudig. De argumentatie die men hoort in verschillende debatten tussen politici blijft steeds van een opvallende eenvoudigheid. Hieronder zal ik eerst de argumenten kort weergeven en vervolgens dieper ingaan op de kracht van deze argumenten.
De mensen” zouden de steeds opeenvolgende verkiezingen beu zijn. De samenvallende verkiezingen zouden de burgers (lees: kiezers) de tijd en de rust gunnen om bedacht en voorbereid naar de stembus te trekken. Samenvallende verkiezingen garanderen dus doordachte verkiezingen.

De constante verkiezingskoorts die het land teistert, zorgt, althans volgens de argumentatie, ervoor dat politici eerder opportunistische, zelfs populistische, beslissingen laten voorgaan op de structurele oplossingen. Geen enkele politicus durft immers een onpopulaire maatregel door te duwen, met de angst dat hij, maar vooral zijn partij, daarvoor binnen korte termijn zal afgestraft worden.

Een minder vaak aangehaald argument betreft de kostprijs van de regionale en federale verkiezingen. Volgens de officiële cijfers van binnenlandse zaken ontnamen de verkiezingen van 2007 8,3 miljoen aan de schatkist (www.ibz.be). Hierbij zijn de kosten van de gemeentes, die verantwoordelijk zijn voor de stemlokalen, niet meegerekend, noch de kosten van de verkiezingscampagnes zelf.

“De mensen”
Te pas en te onpas haalt men vanuit socialistische hoek aan dat de huidige politieke toestand en de politieke carrousel de burger zou vervelen. De burger zou zodanig afgestompt geraken van de steeds opeenvolgende verkiezingen en daardoor de moed verliezen om zich ten gronde over z’n politieke keuze te informeren. Men krijgt politieke impasses en de politieke programma’s worden niet aan “de mensen” uitgelegd.

Het is verwonderlijk dat net de socialistische stroming in onze staat met dit argument over de brug komt. Dienen zij niet dicht bij het volk te staan? Streven zij niet naar een zo groot mogelijke macht voor de kleine man? Maar ongeacht van wie dit argument komt, wat is de kracht ervan?

Een belangrijke vergelijking die gemaakt moet worden, zijn de verschillende volksreferenda die, te pas en te onpas, in Zwitserland doorgaan. Daar is bij grondwet geregeld dat de referenda die voorgelegd worden in de verschillende Zwitserse kantons bindend zijn. Een dergelijke verregaande beslissingsmacht voor het volk veronderstelt dat de bevolking daar zich grondig informeert. In tegenstelling tot volksreferenda die in andere landen sporadisch plaatsgrijpen, draait het in Zwitserland niet uit op een pro- of contra stem voor de zetelende regering, maar gaan discussies, en de stemmingen, over de grond van de zaak met een doordacht resultaat als gevolg.

Zorgt de constante betrekking van de Zwitsers in het politieke beleid voor een afkeer van de politiek? Integendeel zelfs! Zwitsers staan er positief tegenover.
verspreide verkiezingen of het herhaaldelijk naar de stembus trekken zijn niet de oorzaak van de afkeer van het politieke gebeuren in dit land. Beweren dat “de mensen” een afkeer hebben van politiek door het aanschuiven voor de stemlokalen, is even waardevol als beweren dat giraffen geen water drinken vanwege hun lange poten en nek: het houdt geen steek.

Verkiezingskoorts
De te snelle opeenvolging van verkiezingen leidt ertoe dat politici steeds in verkiezingsmodus opereren en niet op zoek gaan naar de beste, maar naar de bestuitziende oplossing. Structureel beleid lijdt onder de snelle opeenvolging van verkiezingen. Denken we hierbij bijvoorbeeld aan het invoeren voor en het afschaffen na de verkiezingen van de Vlaamse jobkorting, of het systeem van de dienstencheques, dat ronduit verlieslatend is, het beoogde doel (terugdringen zwartwerk) niet bereikt, maar toch in stand gehouden wordt.

Wat drijft onze politici hiertoe? Persoonlijke angst om geen goede score neer te zetten bij een volgende verkiezingsdatum, weliswaar op een ander niveau dan?

De nieuwe deontologische richtlijn, die recentelijk door de Kamer van volksvertegenwoordigers opgemaakt werd, kan hier misschien wel aan verhelpen. Door politici te verplichten van daadwerkelijk het mandaat op te nemen waarvoor ze verkozen zijn, hoopt men met deze richtlijn het kiezersbedrog van valse kandidaten en opvolgercarrousels tegen te gaan. Maar zal dit genoeg zijn?

Een minstens even grote – misschien zelfs een grotere – verantwoordelijke aan de constante verkiezingskoorts is de totale oppervlakkigheid van de media en haar berichtgeving. Niet zelden stellen moderators politieke vragen aan verkeerde politici, federale vragen aan regionale politici en vice versa.

Naast deze verwikkeling van verschillende beleidsdomeinen draaien de verkiezingen niet langer rond wie er verkozen wordt, maar enkel welke partij het grootste wordt. In de media worden verkiezingen steeds voorgesteld als een poll van de vorige verkiezing. Dit is vaak heel subtiel. Op de verkiezingsavond plaatst men de uitslag van de jongste verkiezing naast die van de voorgaande van een ander niveau. Dat dit mogelijk is, kan alleen maar als men abstractie maakt van de gekozenen en enkel focust op hun partij. De toenemende particratie is in steeds grotere mate verantwoordelijk voor de constante verkiezingsstress. Daarom ook dat de gemeentelijke verkiezingen meestal aan de constante verkiezingskoorts ontsnappen, nationale partijen hebben minder grip op het lokale niveau. Hier moet wel gezegd dat partijen ook hier steeds meer hun (nationale) invloed proberen uit te oefenen. Het is dan ook in dit perspectief dat het nut van de nieuwe verkiezingsrichtlijn voor politici bekeken dient te worden… De vraag is vervolgens welk nut ze nog zal hebben.

Geld
Verkiezingen kosten geld, veel geld. De steeds wederkerende campagnes, de duizenden flyers die in brievenbussen en vervolgens vuilbakken liggen, de stemformulieren. Al deze zaken zuigen geld uit de zakken van de Staat of van de politici. Is dit nodig?
“Democratie is het slechtste systeem, uitgezonderd alle anderen”. Dit citaat, dat vaak aan Churchill wordt toegeschreven, geeft weer dat het democratisch systeem niet perfect is. De hoge kost die samenhangt met verkiezingen zijn inherent aan het systeem. De vraag is echter of dit nadeel opweegt tegen de voordelen. Is het met andere woorden interessanter om alle verkiezingen op 1 datum te plannen om zo de kost te drukken of heeft de spreiding van verkiezingsdata meer voordelen?

Onmiddellijk voelt men hierbij aan dat het gaat om een subjectieve beoordeling. Het schijnt me bijgevolg overbodig om hier in het lang en het breed op in te gaan. Toch lijkt het mij nodig om kort te wijzen op de voorbije maanden van regeringsvorming op federaal vlak. Hoeveel complexer zou de regeringsvorming nog worden als men er nog verschillende niveaus in betrekt?

Slotbeschouwingen
De argumenten die men vooruitschuift om de idee van samenvallende verkiezingen te rechtvaardigen, lijken mij onvoldoende. Naast de bezwaren die ik bij deze argumenten plaats zijn er nog zo vele onopgeloste vragen of tegenargumenten te bedenken. Hoe zit het met de verschillende regeringen die tegelijkertijd in lopende zaken gaan? In hoeverre is er nog nood aan verschillende niveaus als alle coalities aan elkaar gespiegeld worden? Welke termijnen kiezen we hiervoor, de 4 jarige termijn van het federale parlement, of de 5 jarige voor gemeenschaps-, gewestelijk- en Europees parlement? Organiseren we voor alle parlementen nieuwe verkiezingen als het federale parlement zich voor een grondwetswijziging ontbindt of wanneer de regering valt? En zo ja wat met de Europese vastliggende verkiezingen?

Onder het troebele Wetstraat-water schuilt geen monster van Loch Ness. Naar het monster wordt vaak uit nieuwsgierigheid gezocht en steeds verwacht men iets fabelachtig, iets mysterieus of moois. Samenvallende verkiezingen zijn niets meer dan een valse, lelijke en papieren draak die met haken en ogen aan elkaar hangt.

Advertenties