Oxfamgate zou het debat over ontwikkelingshulp moeten aanzwengelen…

De afgelopen dagen werden de nieuwsreportages gedomineerd door verscheidene schandalen bij NGO’s gelinkt aan ontwikkelingshulp. De bal ging vorige week aan het rollen toen bekend raakte dat de Belg Roland van Hauwermeiren betrokken zou zijn geweest bij het organiseren van seksfeestjes in Haïti. Drie dagen later kwam Oxfam wederom in opspraak, dit keer voor gelijkaardige aantijgingen in het Afrikaanse Tsjaad. Eveneens raakte bekend dat Artsen Zonder Grenzen in totaal 146 klachten heeft ontvangen met betrekking tot seksueel misbruik. Volgens Haïtiaanse president Jovenel Moïse is het seksueel wangedrag door personeel van de Britse NGO Oxfam slechts het topje van de ijsberg. Hij roept op tot een onderzoek naar andere NGO’s die sinds 2010 in Haïti actief zijn.

Oxfam,_Friedrichstraße_25,_Düsseldorf.jpg
commons.wikimedia.org

In het straatbeeld is Oxfam voornamelijk bekend vanwege haar wereldwinkels. Deze winkels worden echter stevig gesubsidieerd door o.a.: de Belgische Ontwikkelingssamenwerking (€795.675,16), het Agentschap Sociaal-Cultureel Werk (€137.372,63), het Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking (€47.096,47) en verscheidene provincies en lokale besturen.

Het zou oneerlijk zijn om de misstappen van personen als Roland van Hauwermeiren te extrapoleren naar de gehele Oxfam-organisatie of zelfs het gehele NGO-wezen. Desalniettemin is de polemiek omtrent Oxfam wel het geknipte moment om het debat omtrent ontwikkelingshulp te voeren.

Duizelingwekkende bedragen

In zijn totaliteit besteedt België 1,3 miljard euro aan ontwikkelingshulp, hiervan gaat 246,3 miljoen naar NGO’s zoals Oxfam. Daarmee blijft België trouwens onder zijn belofte om 0,7% van zijn bnp aan ontwikkelingshulp te besteden. Ter vergelijking geeft België ‘slechts’ 3,9 miljard uit aan Defensie.

Als we het verhaal van ontwikkelingshulp op wereldlijke schaal bekijken, stijgen deze bedragen exponentieel. Volgens een studie van de Amerikaanse John Hopkins University (2002) zou de optelsom van alle NGO’s samen maar liefst het duizelingwekkend bedrag van 1,6 biljoen dollar omarmen, vergelijkend zou dit de vijfde economie ter wereld zijn. De Amerikaanse denktank Cato Institute houdt het op 2,3 biljoen dollar over de laatste 5 decennia.

Baten?

De logische vraag die dan ook meteen rijst: Wat hebben deze bedragen de afgelopen decennia verwezenlijkt?

Op het eerste zicht lijkt het een positief resultaat. Volgens een analyse door de Wereldbank werden een niet te miskennen 700 miljoen mensen verheven boven de armoedegrens tussen 1981 en 2010. Echter waren dit 627 miljoen Chinezen, en dus maar 73 miljoen uit andere delen van de wereld. Aangezien Azië in vergelijking met (sub-Sahara)-Afrika quasi geen ontwikkelingshulp heeft ontvangen, valt dit vooral op het conto te schrijven van de spectaculaire economische groei in China.

Onder meer Nobelprijswinnaar Prof. Dr. Angus Deaton (Princeton University) is dan ook sceptisch omtrent ontwikkelingshulp. Deaton beargumenteert dat door het injecteren van ontwikkelingshulp men in feite de corruptie die vaak welig tiert in stand houdt, en bijgevolg de economische groei vertraagt. Kijkende naar de lijst met meest corrupte en minst transparante regimes zien we dan ook de grootste netto-ontvangers terugkeren.

Daron Acemoglu en James Robinson auteurs van het boek ‘Why Nations Fail’ stellen dan ook dat het louter geven van ontwikkelingshulp in eerste instantie wel degelijk de hongerige kan voeden en de zieken kan helpen. Op lange termijn is dit volgens hen geen solide oplossing, het bevrijdt hen immers niet van de instituties die hen in de eerste plaats in deze penibele situatie brachten. Dit kan enkel intern opgelost worden.

Veel ontwikkelingshulp blijft dat ook vaak plakken bij corrupte tussenpersonen. Zo moest het U.S. Agency for International Development toegeven dat het totaal geen weet had waar het gros van hun ontwikkelingshulp nu eigenlijk effectief terecht is gekomen. Dr. Peter Boone (Londen School of Economics) besluit dan ook dat er geen correlatie bestaat tussen ‘long-term aid’ en economische groei.

Nieuw paradigma

De eerder aangehaalde Prof. Dr. Angus Deaton maakt wel een sterke distinctie tussen verschillende soorten ontwikkelingshulp. Zo beargumenteert hij dat vaccinaties en het blijvend ontwikkelen van medicijnen zoals tegen Malaria wel degelijk een niet te miskennen nut hebben. Het Amerikaanse Brookings Institution stipuleert dan ook dat het PEPFAR-programma (President’s Emergency Plan for AIDS Relief) het aantal sterfgevallen door Aids met maar liefst de helft heeft laten dalen. Het President’s Malaria Initiative vertoont gelijkaardige resultaten.

Op een vraag gesteld aan de New York University stelde toenmalig Brits premier David Cameron dat ontwikkelingshulp enkel kan werken indien met voldoet aan de zogenaamde “golden thread”. Deze golden thread impliceert dat ontwikkelingshulp op lange termijn enkel succesvol kan zijn indien men voldoet aan een aantal voorwaarden: Een stabiele overheid, lage corruptiegraad, een basis aan mensenrechten, respecteren van de rule of law en transparantie.

Het vormt een interessante denkpiste om te overwegen of we na de schandalitis omtrent Oxfam en consorten het geven van -langdurige- ontwikkelingshulp niet in zijn geheel moeten heroverwegen. Worden de 1,6 biljoen dollar die men jaarlijks richting ontwikkelingslanden stuurt eigenlijk wel nuttig besteed? Het lijkt ons alvast een interessante denkoefening.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s