‘Autonomiedenken’: een vals filosofisch beginpunt voor een debat over leven & dood

Het zika-virus doet het aantal abortussen in Zuid-Amerika dramatisch toenemen, terwijl in ons Vlaanderland de discussie rond de euthanasie-wetgeving voor de zoveelste keer hevig oplaait. Geen slecht idee dus om even een stapje achteruit te zetten om de zaken kalm maar kritisch te beschouwen.

babyHoewel het zika-virus enkel ongeboren foetussen treft, waren de media meteen in paniek. Op andere momenten hoorden we wel eens van journalisten dat abortus ‘moet kunnen’: een ongeboren foetus is toch ‘maar een hoopje cellen’? Waarom maken de media zich druk over een virus dat enkel een – wat zij noemen – ‘hoopje cellen’ treft?

Wederom ligt het knelpunt hier bij de vraag: waar begint het menselijk leven? Vanaf wanneer is het menselijk leven de moeite waard om te beschermen? Direct na de bevruchting en dus reeds voor de geboorte, zoals de zika-problematiek lijkt aan te geven? Of pas na de geboorte, waardoor vruchtafdrijving best oké is – maar waarom maken we ons dan druk over een virus dat dan enkel zogezegd niet-menselijke wezens treft?

Het ‘keuze-criterium’ (pro-choice) legt de autonomie volledig bij de mens – en dan wordt de vrouw bedoeld, want het ongeboren kind is nog geen mens, en in het huidige feministische paradijs heeft de vader helemaal al lang niets meer in de pap te brokken.

Op dat ‘autonomiebeginsel’ stoelt ook de hele euthanasiekwestie. Neem de menselijke ‘autonomie’ weg – het ‘zelfbeschikkingsrecht’ van elke mens over het ‘eigen leven’ – en het hele, zij het voorwaardelijke, ‘recht op euthanasie’ valt in duigen als een kaartenhuisje. Helaas is ieder modern mens zo doordrongen van dit liberaal autonomiedenken dat men het al aanneemt als premisse voor het ganse debat. Eenmaal dit principe aangenomen, komt men op een soort glijbaan die vroeg of laat geen halte meer kent. Neemt men het autonomiebeginsel aan, is het hek van de dam en zijn tegenstanders van euthanasie uiteindelijk gedoemd om te mislukken in discussies en argumentaties. Ook bij Steven Vanackere (CD&V) zien we de beste bedoelingen, maar de grond van zijn bezwaren bestaat er niet in euthanasie fundamenteel in vraag te stellen, maar wel een gebrek aan enkele oppervlakkige voorzichtigheidsbarrières die nog niet (voldoende) in de wet zijn ingebouwd. Ofschoon het Vanackere siert dat hij de wet wil aanpassen in de goede richting, is het probleem van Vanackere legaal van aard en niet moreel, terwijl net op moreel gebied het schoentje knelt.

Het grootste argument van euthanasie-voorstanders hoort men wel eens vaak als “Ja maar, de patiënt kiest daar zelf voor”. Alsof ieder mens het recht zou hebben het leven te (laten) beëindigen. Maar kiest een zelfmoordenaar ook niet voor zijn eigen dood? Als mensen het recht zouden hebben zichzelf te doden, waarom roept de politie dan “Niet springen!” bij iemand die op het dak van een wolkenkrabber op het punt van zelfmoord staat? Waar zouden vertegenwoordigers van de ‘neutrale’ overheid zich dan in mengen als het gaat om de vrije uitoefening van een recht?

Neem het autonomiebeginsel weg, en euthanasie is eenvoudigweg gelegaliseerde geassisteerde zelfmoord. De kern van het probleem ligt vervat in de uitdrukking “het beëindigen van zijn leven”. In het bezittelijk voornaamwoord zit een vooronderstelling vervat, namelijk dat het leven mij toebehoort. Zoals gezegd, is deze vooronderstelling door de liberale massa-hersenspoeling van dit tijdperk voor de meerderheid van de bevolking evident. Doorgaans houden conservatieven er een ootmoedigere en logischere houding op na. Logischer, omdat de moderne opvatting vertrekt van de redenering “ik leef” ergo “het leven is van mij”. Deze redenering bevat geen logisch-causaal verband: B volgt niet noodzakelijkerwijze uit A. Ootmoediger, omdat conservatieven het leven niet beschouwen als iets dat ze aan zichzelf gegeven hebben en dat ze dus ook zelf zouden mogen wegnemen. Ze beschouwen het niet als iets dat hen, en hen alleen, toebehoort; als een huis waar een bordje ‘privaat eigendom’ staat en waar zelfs diegene die de bouwgrond gekocht heeft, het huis eigenhandig gebouwd en het volledig gratis geschonken heeft, neergeschoten zou worden wanneer hij ook nog maar één voet op het terrein zou zetten. Het mooie indianenverhaal waar progressieve klimaathysterici zo graag mee oplopen dat de aarde een geschenk is dat we enkel in bruikleen hebben, blijkt voor diezelfde progressieven plots niet van toepassing te zijn op iets even primair als het menselijk leven: mooie moraal van het verhaal, jaja, maar enkel gebruiksklaar waar het mij uitkomt, weet u wel.

Een mens heeft zichzelf niet gemaakt, en dus is het leven een geschenk. Dát is een heel ander beginpunt voor wat Vanackere een ‘maatschappelijk debat’ noemt, dan de achterliggende premisse van de Etienne Vermeerschen en de Jean-Jacques De Guchts van deze wereld: ‘Mijn leven is van mij’, met alle consequenties die daar logisch uit volgen.

Intussen blijft het progressieve kamp verzeild in arbitraire criteria. De bizarre hersenkronkels van deze zelfverklaarde ‘vooruitstrevenden’ laten velen het grootste deel van de tijd onberoerd, ware het niet dat hier zaken van leven en dood op de waagschaal gesteld worden. Terwijl de internationale progressieve maffia de zika-tragedie aangrijpt om haar (anti-)morele agenda door te voeren door het massaal gratis aanbieden van abortussen en condooms, blijft het noodzakelijk dat andersgezinde stemmen van zich laten horen. Opdat het establishment de werkelijke gevolgen van het ideaal kinderen op te voeden tot ‘kritische burgers’ eens écht zou gaan ondervinden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s